Leerstijlen, ik leer anders!

De leervoorkeuren die we kunnen onderscheiden zijn:
linkerhersenhelft (links georiënteerd)  
auditief: op het gehoor, door te luisteren
digitaal: met het verstand, het denken

rechterhersenhelft (rechts georiënteerd)
visueel(-ruimtelijk): door te denken in beelden/plaatjes (in 3D)
kinesthetisch: door te voelen
linker-en-rechterhersenhelft

Beelddenken, de visueel-ruimtelijke leerstijl

Diverse hersenonderzoeken hebben aangetoond dat bij bepaalde mensen de rechterhersenhelft actiever is dan de linkerhersenhelft. Deze ‘domineert’ als het ware over de linkerhersenhelft. Dit komt vrij vaak voor bij hoogsensitieve kinderen (al dan niet in combinatie met hoogbegaafdheid). Het blijkt dat deze kinderen een voorkeur hebben voor een andere leerstijl, één die goed aansluit bij de rechterhersenhelft. Veel van deze kinderen denken in beelden en plaatjes, ook wel “beelddenkers”genoemd. Op (traditionele) scholen wordt de lesstof aangeboden op een auditief-digitale manier welke aansluit op de linkerhersenhelft, ook wel “taaldenkers”genoemd. Zij denken in taal, woorden.

Appel


Wat gaat er op school dan mis?
Dit plaatje illustreert dat heel mooi met het woord ‘appel’: het taaldenkend kind ziet het woord appel en weet direct hoe je het schrijft. Het beelddenkend kind ziet het beeld van een appel. En daarbij ontstaan er associaties, zoals dat het net een rode appel heeft gegeten, dat een appel aan een boom groeit, wat de kleur van de appel is, het soort appel etc. etc. En intussen wordt de informatiestroom van de leerkracht, die gewoon verder gaat met de uitleg, gemist…Deze kinderen hebben dus eerst het beeld en moeten deze weer vertalen naar woorden. Beelddenkers verwerken ca. 32 beelden per seconde, tegenover 2 à 3 woorden per seconde bij taaldenkers, waardoor het tijd kost om informatie om te zetten naar woorden.

Met rekenen, taal en lezen (AVI) ontstaat vaak achterstand. Het stampwerk (tafels), herhalen/automatiseren, topo en ‘racelezen’ wil niet zo bij deze kinderen en zij laten daarin duidelijke patronen zien. Huiswerk levert vaak strijd op. Ook wordt er bij hen wel eens dyslexie of dyscalculie geconstateerd, maar dat hoeft niet zo te zijn. Deze kunnen ontstaan omdat het kind met een leswijze mee moet die niet goed/onvoldoende aansluit bij zijn leerwijze of soms gewoonweg te vroeg aangeboden wordt waardoor deze problematiek kan ontstaan.

Stille onderpresteerders
Doordat er steeds meer onderzoek plaatsvindt, wordt er gelukkig meer bekend hierover en beginnen we in te zien dat deze kinderen anders leren. In de meest ideale situatie zou dus de lesmethode aangepast moeten worden zodat ook zij kunnen laten zien dat ze willen leren en dat ze het ook leuk kunnen vinden! Je hoort ouders wel eens zeggen dat “er niet wordt uitgehaald wat er in zit” of “dat het zit er wel inzit, maar niet uitkomt”. Ouders weten dat het kind meer kan dan de (Cito) scores laten zien, zij hebben een beter beeld van ‘de intelligentie’ van het kind. Deze kinderen presteren onder.

Wilt u meer hierover weten, neemt u dan contact met mij op.

In dit filmpje treft u meer informatie aan.